CPB Blog
Op werkbezoek in Oman
Coen Teulings | 13-01-2012 | Internationale economie
Afgelopen maandag en dinsdag ben ik in Oman geweest in verband met het staatsbezoek van de koningin. De leiders in Oman willen een overlegmodel ontwikkelen zoals we dat in Nederland kennen en dus was men zeer geïnteresseerd in de Nederlandse ervaringen op dat terrein. Vandaar dat ik in gezelschap van onder andere Alexander Rinnooy Kan, Paul Schnabel, Agnes Jongerius en Bernard Wientjes in Oman een presentatie heb gegeven op een conferentie met hoge ambtenaren, politici en andere leiders uit Oman.
De Arabische lente heeft in Oman grote impact gehad. Het land heeft vanwege zijn olierijkdom te maken met een duale arbeidsmarkt, waarin migranten de minder aantrekkelijke banen vervullen. Anders dan Nederland is het land niet vergrijsd: de bevolking groeit snel, jongeren zijn in de meerderheid. Het is dan ook nauwelijks verrassend dat de Arabische lente de vonk vormde voor een golf van sociale onrust. In bedrijven werden forse looneisen gesteld. Toen alles weer tot rust begon te komen, hadden de werknemers in het ene bedrijf vanzelfsprekend hogere looneisen ingewilligd gekregen dan die in het andere bedrijf. Dat leidde tot nieuwe discussie, nog meer looneisen en dus tot een behoefte aan coördinatie van looneisen. In die omstandigheden kreeg de in 2006 opgerichte vakbeweging plotseling voet aan de grond.
Oman is een absolute monarchie, met een sultan die al 40 jaar aan de macht is. Het bewind van de sultan mag naar verluidt op brede steun onder de bevolking rekenen. Er bestaat in Oman een consensuscultuur. Het is dus niet zo verwonderlijk dat er na de Arabische lente behoefte bestond om een overlegmodel op te zetten. Hoewel olie wel de allesbepalende economische factor is, valt de Omaanse olierijkdom mee. De voorraden zijn kleiner en eerder uitgeput dan in de buurlanden. Dus is het land druk bezig andere soorten bedrijvigheid op te zetten, zoals een grote haven, in samenwerking met het havenbedrijf van Rotterdam.
Ik ben met lage verwachtingen op reis gegaan. Overleggen over een overlegmodel is meestal een slaapverwekkende aangelegenheid. Ik werd echter totaal verrast. De eerste twee uur hadden we een gemeenschappelijke bijeenkomst met ongeveer 50 mensen, onder wie een aantal ministers. Ik zat naast een minister die pas na de Arabische lente was aangesteld, ik schat hem een jaar of 35 oud. We zaten in een grote, enigszins protserige zaal, zoals ook op het NOS journaal te zien was. Een ideale setting voor het gehoor om even weg te dommelen.
Tijdens mijn praatje merkte ik echter tot mijn verrassing dat er driftig aantekeningen werden gemaakt en na mijn inleiding werd mij plenair een aantal scherpe vragen gesteld. Daarna moest ik aan een kleine tafel samen met Paul Schnabel in vier rondes in discussie met kleinere groepjes. Opnieuw volgde een intensieve discussie, waarbij werd gestreden om in de beperkte tijd vragen te stellen. Met name de onafhankelijkheid van de planbureaus trok veel aandacht. Hoe kon worden gegarandeerd dat planbureaus echt onafhankelijk waren? Hoe konden wetenschappers worden verleid om zich niet louter op wetenschappelijk publiek te richten, maar ook bij te dragen aan de beleidsvoorbereiding?
Het bleek dat Oman beschikt over een groep van jonge, vaak in Engeland of de VS opgeleide ambtenaren en ministers met veel drive en een brede belangstelling. Deze groep maakte een uitstekende indruk op me, het is te hopen dat zij ook in de toekomst invloed houden op de koers van het land.
Auteurs op dit blog
Gerelateerde publicaties
- Presentatie CPB als nationale waakhond voor begrotingsbeleid
- CPB Wereldhandelsmonitor: februari 2012
- CPB Wereldhandelsmonitor: januari 2012
- Inkomende directe investeringen en economische prestaties
- Presentatie Europa in crisis
- CPB Wereldhandelsmonitor: december 2011
- Valutaderivaten en de ontkoppeling van wisselkoersfluctuaties en internationale handel
- Kenmerken van wederuitvoerbedrijven
- Factblog: Cijfers over de europrobleemlanden
- CPB Wereldhandelsmonitor: november 2011







