Het programma Globalisering
Het CPB-programma Globalisering bestaat uit twee onderzoekslijnen voor de periode 2009-2011. De eerste is een onderzoek naar het export- en importgedrag van Nederlandse bedrijven en de mogelijke rol voor beleid. Het tweede doel is om de effecten van toenemende handel op taken en werkgelegenheid te analyseren.
De afgelopen jaren zijn ook veel macro-economische studies verschenen over de effecten van globalisering op Nederland.
Het handelsbedrag van Nederlandse bedrijven
De verschillen tussen bedrijven zijn groot. Veruit de meeste bedrijven handelen niet op de internationale markt, terwijl de top 5 van grootste bedrijven voor zo’n 70% van de totale Nederlandse handel verantwoordelijk is.
CPB-onderzoek heeft in lijn met de internationale literatuur geconcludeerd dat de meer productieve bedrijven exporteren en importeren, maar dat exporteren geen productiviteitsverhogend effect heeft, tenzij bedrijven ver van de technologische frontier zitten. Meer productieve bedrijven exporteren ook naar meer buitenlandse bestemmingen.
De vaste toetredingskosten voor een exportmarkt zijn positief gecorreleerd met culturele afstand, handelsbarrières en fysieke afstand en negatief met marktomvang en de kwaliteit van instituties. Daarnaast worden in dit programma de beslissing van bedrijven om tot een specifieke exportmarkt toe te treden onderzocht en de rol van de export-productmix voor exportgroei. Voor 2011 staan op de CPB-agenda: de rol van wederexportbedrijven, de rol van de groot- en detailhandel en een publicatie met beleidsaanbevelingen waarin ook op het huidige Nederlandse handelsbeleid wordt ingegaan.
Relevante publicaties:
- Export margins and export barriers: Uncovering market entry costs of exporters in the Netherlands (2010)
- Exports and productivity selection effects for Dutch firms (2010)
Globalisering en de Nederlandse arbeidsmarkt
Globalisering kan grote gevolgen hebben voor de arbeidsmarkt. Enerzijds wordt een deel van de productie en dienstverlening naar het buitenland verplaatst waardoor bestaande taken niet meer in Nederland uitgevoerd worden.
Anderzijds kunnen Nederlandse bedrijven zich verder specialiseren in producten en diensten waarin men een comparatief voordeel heeft. Dat vraagt om een intensivering van bepaalde taken en/of nieuwe taken die met globalisering verbonden zijn. Deze onderzoekslijn concentreert zich op de rol van handel en technologie op het verschuiven van taken. Vooral routinematige taken lijken te worden bedreigd, taken waarvoor veel persoonlijke communicatie is vereist veel minder. Het CPB onderzoekt in hoeverre deze taken samenhangen met opleidingsniveau. Daarnaast staan de effecten van offshoring op werkloosheidsduur, baankansen en de kwaliteit van nieuwe banen centraal.
Relevante publicaties:
- Measuring and interpreting trends in the division of labour in the Netherlands (2010)
- Hoge bomen in de polder: globalisering en topbeloningen in Nederland (2010)
Globalseringseffecten op Nederland
De afgelopen jaren heeft het CPB de effecten van het handelsbeleid, de opkomst van China en India en de toename van offshoring op de Nederlandse economie onderzocht.
Relevante publicaties:
- The contribution of trade policy to the openness of the Dutch economy (2009)
- India and the Dutch Economy, Stylised facts and prospects (2007)
- China and the Dutch Economy, Stylised facts and prospects (2006)
- Relocation from the Netherlands Motives, consequences and policy (2005)
- Een nieuwe WTO-ronde voor diensten: Mogelijke gevolgen voor Nederland (2004)
- A different approach to WTO negotiations in services (2004)
Samenwerking
In dit onderzoeksprogramma wordt de laatste jaren nauw samengewerkt met het CBS, de Vrije Universiteit, de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit van Maastricht. Een belangrijke bron voor deze CPB-analyses zijn de handelstransactiedata van het CBS. Daarnaast wordt veel gebruikgemaakt van de informatie uit het algemeen bedrijvenregister en daaraan gerelateerde statistieken en het sociaal statistisch bestand van het CBS.


