Modellen

Het CPB gebruikt modellen bij het maken van prognoses en analyses. Op deze pagina vindt u een overzicht van alle modellen die het CPB op dit moment gebruikt.

Macro-economisch

SAFFIER II

SAFFIER II wordt gebruikt voor analyses en ramingen voor de Nederlandse economie op korte en middellangetermijn. Lees voor een uitgebreide beschrijving van dit model: SAFFIER II: 1 model voor de Nederlandse economie, in 2 hoedanigheden, voor 3 toepassingen.

Athena

Het model Athena wordt gebruikt voor bedrijfstakramingen op de korte, middellange en lange termijn, voor beleidsanalyse m.b.t. milieu, energie en infrastructuur en voor langetermijnscenario's voor Nederland.

Worldscan

Het model Worldscan wordt gebruikt voor internationale langetermijnscenario's, bijvoorbeeld over klimaatbeleid en Europese integratie.

Belastingen, sociale zekerheid en arbeidsmarkt

MIMIC

Het model MIMIC wordt gebruikt voor langetermijnanalyse van beleid m.b.t. belastingen, sociale zekerheid en arbeidsmarkt.

MIMOSI

Het model MIMOSI wordt gebruikt voor de berekening van (mutaties in) het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens, de gemiddelde arbeidskosten, wig en replacement rates.

Actuaris 

Het model Actuaris wordt gebruikt voor de analyse van langetermijnontwikkelingen in pensioenpremies en uitkeringen.

BIMBAM

Het model BIMBAM wordt gebruikt voor korte- en middellangetermijnramingen van belastingen (m.u.v. loon- en inkomstenbelasting).

Rekenschema arbeidsaanbod

Het rekenschema arbeidsaanbod wordt gebruikt voor korte- en middellangetermijnramingen van het arbeidsaanbod.

Vergrijzing en overheidsfinanciën

Generatierekeningen

De Generatierekeningen worden gebruikt voor de boekhoudkundige berekening van de overheidsuitgaven en -inkomsten op lange termijn, voor de boekhoudkundige berekening van het netto profijt voor toekomstige generaties en voor boekhoudkundige berekening van houdbare overheidsfinanciën (tax gap).

GAMMA

Het model Gamma wordt gebruikt voor langetermijnanalyses van vergrijzing, netto profijt en houdbare overheidsfinanciën.

Overheidsrekening

De Overheidsrekening wordt gebruikt voor een gedetailleerde boekhouding voor totale overheidsfinanciën op korte en middellangetermijn en voor de raming van collectieve uitgaven en inkomsten m.u.v. belastingen, zorg en sociale zekerheid.

Koopkracht en arbeidskosten

MIMOSI 

Het model MIMOSI wordt gebruikt voor de berekening van (mutaties in) het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens, de gemiddelde arbeidskosten, wig en replacement rates.

Microtax

Microtax is een speadsheetprogramma dat wordt gebruikt voor de berekening van (mutaties in) reëel beschikbaar inkomen van huishoudens. U kunt dit programma hier vinden.

Rekenschema herverdeling over het leven

Het Rekenschema herverdeling over het leven wordt gebruikt voor boekhoudkundige berekeningen over de gehele levensloop van de verdeling van het verdiende inkomen, de herverdeling door de overheid en de resulterende verdeling van de welvaart en voor boekhoudkundige berekening van de marginale belasting- en premiedruk over de gehele levensloop.

Kosten-batenanalyses 

KBA's

Een kosten-batenanalyse (KBA) is een systemathische methode die wordt gebruikt om de kosten en baten van een object voor een samenleving als geheel in kaart te brengen.

Landbouw 

CAPMAT

Het model CAPMAT wordt gebruikt voor de analyse van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de EU.

Statistische modellen

WISER

Het model WISER wordt gebruikt voor de kortetermijnraming van de CAO-lonen.

Conjunctuurindicator

De Conjunctuurindicator wordt gebruikt om toekomstige conjunctuuromslagen te signaleren op basis van leading indicators.

X

Sinds mei 2010 gebruikt het CPB het macro-econometrische model SAFFIER II. Het CPB gebruikt SAFFIER II voor kortetermijnramingen zoals CEP en MEV en voor middellangetermijnanalyses, zoals de doorrekening van het regeerakkoord.

SAFFIER II is een geactualiseerde en gemoderniseerde versie van zijn voorganger: SAFFIER. Omdat het model niet fundamenteel is gewijzigd, is de modelnaam gehandhaafd. Het model wordt vooral gebruikt voor analyses en ramingen op korte en middellange termijn.

SAFFIER is ontstaan uit integratie van de modellen SAFE en JADE en bouwt op deze modellen voort. Bij de integratie is getracht de relatief sterke eigenschappen van beide te behouden en in SAFFIER te verwerken. Op hun beurt bouwden SAFE en JADE weer voort op hun illustere voorgangers, zoals FKSEC, FREIA en KOMPAS.

X

Athena is voor het CPB het instrument voor alle macro-economische vraagstukken die een belangrijke bedrijfstakdimensie hebben. In dit kader worden scenariostudies verricht voor de middellange en lange termijn.

Het Athena-model is beschreven in CPB Document 105.

X

WorldScan is een recursief dynamisch algemeen evenwichtsmodel voor de wereldeconomie, ontwikkeld voor de analyse van lange termijn vraagstukken in de internationale economie. Het model wordt zowel ingezet voor de bouw van lange termijn scenario's als voor beleidsanalyses, bijvoorbeeld op het gebied van klimaatverandering, economische integratie en handel. In het algemeen wordt WorldScan bij elke toepassing ook inhoudelijk aangepast.

WorldScan wordt in CPB Document 111 beschreven.

X

MIMIC is een algemeen evenwichtsmodel voor de Nederlandse economie dat zich in het bijzonder concentreert op de Nederlandse arbeidsmarkt. De modellering van de arbeidsmarkt wordt gekenmerkt door twee aspecten.

  • Allereerst zijn er allerlei imperfecties op de arbeidsmarkt. Zo worden de lonen bepaald door onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers die beiden een zekere marktmacht hebben, sluiten de vraag naar en het aanbod van arbeid niet helemaal goed op elkaar aan, en zijn er minimum lonen aanwezig.
  • Ten tweede concentreert MIMIC zich op de modellering van het arbeidsaanbodgedrag van huishoudens.

Dit deelmodel is gebaseerd op basis van Nederlandse microdata, waardoor nauwkeurig kan worden geanalyseerd hoe specifieke beleidsmaatregelen het arbeidsaanbod van diverse huishoudens beïnvloeden. Daardoor is het model bij uitstek geschikt voor het analyseren van zowel generieke als specifieke beleidshervormingen in de sfeer van de sociale zekerheid en belastingen. Het model wordt dan ook veelvuldig ingezet voor concrete beleidsanalyses, veelal op verzoek van externe instanties.

X

Het microsimulatiemodel MIMOSI geeft bij ramingen en beleidsanalyses een beeld van de koopkrachtontwikkeling voor circa 85.000 kernpersonen plus hun huishoudensleden (in totaal ongeveer 240.000 personen).

Het is een simulatiemodel waarmee de koopkrachteffecten van beleid doorgerekend kunnen worden. Daarnaast wordt MIMOSI ook ingezet voor de raming van de loonvoet. De microdata zijn afkomstig uit het InkomensPanelOnderzoek uit 2002 (IPO2002). Een deel van de gegevens (zoals de deeltijdfactor, informatie over woon-werkverkeer, jaarlijkse huur, leeftijden en vermogensbestanddelen) is bijgeschat uit andere bronnen.

MIMOSI wordt beschreven in CPB Document 161.

X

Actuaris is een actuarieel model van de Nederlandse pensioensector. Op basis van demografische en economische gegevens zoals bevolkingsomvang, sterftekansen, rente, productiviteitsgroei, geeft het model lange termijn prognoses voor premies, uitkeringen, vermogens, verplichtingen enz. Het model onderscheidt verschillende opbouwsystemen (eindloon, middelloon en beschikbare premieregeling) en financieringssystemen en gaat uit van marktwaardering.

X

Detailramingen voor de korte en middellange termijn van de belastingontvangsten worden gemaakt met BIMBAM (Belastinginformatiemodel / Belastingautonomenmodel). Met dit model worden ramingen gemaakt voor de ontvangsten van alle belastingsoorten, met uitzondering van de loon- en inkomstenbelasting.

Daarnaast worden ramingen gemaakt voor het IB-plichtig inkomen van zelfstandigen, de ontvangsten box II en box III, de verrekende dividendbelasting en de aftrek- en bijtelposten, ten behoeve van de raming van de loon- en inkomstenbelasting met MOSI. De ramingen worden gemaakt door voor elke belastingsoort of onderscheiden afsplitsing daarvan de ontwikkeling van de relevante grondslag te ramen op basis van het meest recente economisch beeld en het effect van beleid en uitvoeringsmutaties hieraan toe te voegen.

Daarnaast belicht het model ook de vele aspecten van de belastingontvangsten. Zo maakt het onderscheid tussen de belastingontvangsten op kasbasis of EMU transactiebasis, onderscheidt het verschillende soorten betalers (huishoudens, bedrijven, buitenland) en ontvangers (rijk, lagere overheden, buitenland), berekent het de progressiefactor en de microbelastingdruk. Ook maakt het model een aansluiting tussen de belastingcijfers conform opstellingen van het CBS en de belastingraming van het ministerie van Financiën. Tenslotte bevat BIMBAM de administratie van het effect van beleid op de verschillende aspecten van de belastingontvangsten.

X

De ontwikkeling van het arbeidsaanbod wordt bepaald door de ontwikkeling van de bevolking naar leeftijd en geslacht en van de bijbehorende participatiegraden. Deze participatiegraden ontwikkelen zich deels trendmatig en deels door effecten van beleid, met name inzake de sociale zekerheid. In het rekenschema dat wordt gebruikt om de toekomstige ontwikkeling van het structurele arbeidsaanbod te ramen, wordt de trendmatige ontwikkeling geschat op basis van ontwikkelingen in het verleden en kunnen de beleidseffecten ad hoc worden geraamd.

Naast de trendmatige ontwikkeling en de beïnvloeding door beleidsmaatregelen speelt ook de conjunctuur een rol bij de arbeidsparticipatie. Als het goed gaat treden extra mensen toe tot de arbeidsmarkt en als het minder goed gaat trekken sommigen zich terug. Deze conjuncturele component wordt in de macro- en arbeidsmarktmodellen van het CPB en dus buiten het rekenschema om geraamd.

X

Generatierekeningen is een boekhoudkundige berekening van de baten en lasten van de overheid voor een gemiddeld lid van een generatie over zijn hele leven. Dit betreft zowel de huidige generaties als de toekomstige generaties.

Deze berekening laat zien hoe overheidsbeleid, zoals ten aanzien van het EMU-saldo en de overheidsschuld, de welvaart van generaties beïnvloedt. Hun, vaak tegengestelde, belangen worden geëxpliciteerd.

Voor deze berekening moeten eerst de leeftijdspecifieke profielen van de inkomsten en uitgaven van de overheid op jaarbasis worden bepaald. Ook zijn diverse veronderstellingen noodzakelijk, zoals ongewijzigde tarieven en regelingen, macro-economische ontwikkeling, rentevoet, demografie, participatie en geen gedragsreacties.

De leeftijdspecifieke profielen kunnen ook worden gebruikt om de toekomstige effecten van de vergrijzing op de overheidsbegroting, o.a. in de vorm van oplopende uitgaven aan de AOW en de zorg, in kaart te brengen en te analyseren.

Tot slot kan worden nagegaan welke ombuigingen dan wel lastenverzwaringen, qua omvang en temporisering, vereist zijn om de oplopende kosten te dekken. Dit geeft tevens een maatstaf voor de mate van (on)houdbaarheid van het huidige stelsel van collectieve regelingen.

X

Als analyse-instrument wordt in het programma Vergrijzing en pensioenen het GAMMA model beheerd en gebruikt bij beleidsonderzoek. GAMMA is een dynamisch algemeen evenwichtsmodel met overlappende generaties voor de Nederlandse economie. Doordat het model overlappende generaties onderscheidt is het in het bijzonder geschikt voor analyse van het vergrijzingsprobleem.

Een beschrijving van Gamma is te vinden in CPB Document 147:'GAMMA, a Simulation Model for Ageing, Pensions and Public Finances' (juni 2007) en CPB Memorandum 115:'Description Gamma Model; version pension study' (maart 2005).

X

De overheidsrekening is een gedetailleerd boekhoudkundig model van de inkomsten en uitgaven van de collectieve sector op de korte en middellange termijn. Het model combineert de macro-economische optiek uit de Nationale rekeningen met specifieke budgettaire begrippen (EMU-saldo en -schuld, uitgavenkaders).

De belangrijkste inputs bij de raming zijn:

Recente nationale rekeningen-cijfers over de overheid

Budgettaire informatie van het Ministerie van Financiën, zoals meerjarige begrotingen, uitvoeringsnota's en nota's met nieuw beleid;

Macro-economische informatie van het macro-model (loonvoet, rente, prijsontwikkeling);

Informatie vanuit modellen over specifieke delen van de overheidsfinanciën (belastingen, premies, uitkeringen en gasopbrengsten).

Bij de raming wordt rekening gehouden met diverse specifieke budgettaire mechanismen, zoals de bepaling van loon- en prijsbijstelling, de koppeling van de uitkeringen aan gemeente- en provinciefonds aan de netto gecorrigeerde rijksuitgaven en de invloed van het nationale inkomen op ontwikkelingshulp.

Sinds de Macro Economische Verkenning 2004 is de tabellenset collectieve sector drastisch vernieuwd. Deze output van de overheidsrekening wordt toegelicht in CPB Memorandum 74.

De nieuwe tabellenset van de collectieve sector is ook het uitgangspunt voor het herziene collectieve sector blok in de macromodellen van het CPB, zie CPB Memorandum 106.

X

Het microsimulatiemodel MIMOSI geeft bij ramingen en beleidsanalyses een beeld van de koopkrachtontwikkeling voor circa 85.000 kernpersonen plus hun huishoudensleden (in totaal ongeveer 240.000 personen).

Het is een simulatiemodel waarmee de koopkrachteffecten van beleid doorgerekend kunnen worden. Daarnaast wordt MIMOSI ook ingezet voor de raming van de loonvoet. De microdata zijn afkomstig uit het InkomensPanelOnderzoek uit 2002 (IPO2002). Een deel van de gegevens (zoals de deeltijdfactor, informatie over woon-werkverkeer, jaarlijkse huur, leeftijden en vermogensbestanddelen) is bijgeschat uit andere bronnen.

MIMOSI wordt beschreven in CPB Document 161.

X

Met het spreadsheetprogramma Microtax kunnen bruto-nettotrajecten berekend worden. Er zijn drie jaren bij elkaar gevoegd, waardoor het mogelijk is om de koopkracht te berekenen. Ook kunnen de inputs veranderd worden om te kijken wat dat voor een effect zou hebben op het bruto-netto-traject en/of de koopkracht. U kunt dit programma hier vinden.

X

Dit rekenschema meet over de gehele levensloop de verdeling van het verdiende inkomen, de herverdeling door de overheid en de resulterende verdeling van de welvaart. De herverdeling door de overheid wordt bepaald voor alle belastingen en premies alsmede voor de overheidsuitgaven waarvan de baten individualiseerbaar zijn, zoals sociale zekerheid, zorg en onderwijs. Dit rekenschema is veelomvattender dan de gebruikelijke berekeningen van koopkracht en herverdeling doordat rekening wordt gehouden met de gehele levensloop en een groter deel van de overheidsuitgaven.

Met een variant op dit rekenschema kan de marginale belasting- en premiedruk vanuit levensloopperspectief worden berekend. Het bepaalt welk deel van een loonsverhoging wordt 'wegbelast' als ook rekening wordt gehouden met effecten in de toekomst, zoals via het pensioenstelsel.
Het rekenschema en de resultaten voor Nederland worden beschreven in CPB Document 79.

X

Een kosten-batenanalyse (KBA) is een systematische methode om de kosten en baten van een project voor een samenleving als geheel in kaart te brengen. Deze methode is goed verankerd in de welvaartstheorie en kent een lange traditie. Alle aspecten waaraan de mensen een waarde hechten worden voor zover mogelijk in geld uitgedrukt en opgeteld.

Projecten worden met een zogenoemd nul-alternatief vergeleken: een combinatie van de beste andere aanwending van middelen en de best mogelijke andere oplossingen voor knelpunten. Als bij uitvoering van een project de totale baten voor de maatschappij groter zijn dan de totale kosten, is het uitgangspunt dat de samenleving als geheel erop vooruitgaat. Daar bij een project vaak 'winnaars' en 'verliezers' zijn, worden verdelingseffecten zichtbaar gemaakt. De weging daarvan is een politieke beslissing.

Ook de onzekerheden en risico's die met een project samenhangen worden geïnventariseerd.

In Nederland is een leidraad opgesteld die als uitgangspunt fungeert voor het verrichten van KBA's, de zogenoemde OEI-leidraad. Deze leidraad is genoemd naar het Onderzoeksprogramma Economische Effecten van Infrastructuur. Sinds 2000 is door kabinetsbesluit het verrichten van een KBA met de OEI-leidraad als basis verplicht gesteld. De leidraad is beschreven in CPB Bijzondere Publicatie 22.

X

CAPMAT is een toegepast algemeen evenwichtsmodel ontwikkeld voor de analyse van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de Europese Unie en de hervormingen daarvan. Hierbij gaat het om de gevolgen op middellange termijn voor de inkomens van de boeren, het budget van de EU en de handel met derde landen. Het model kent nu slechts 15 lidstaten van de EU. Aan de uitbreiding van het model met de 10 nieuwe lidstaten wordt nu gewerkt.

X

Analysemodel WISER (Wage Information System for Economic Research) wordt ingezet voor analyse en ramingen van de cao-loonontwikkeling.
Een uitgebreide toelichting op WISER is te vinden in CPB Memorandum 62.
 

X

Bij het maken van kortetermijnramingen voor de Nederlandse economie speelt bij het Centraal Planbureau het kwartaalmodel SAFFIER II een centrale rol. Het CPB maakt daarbij ook gebruik van andere instrumenten, waarvan de CPB-conjunctuurindicator er één is. Met deze conjunctuurindicator wordt getracht toekomstige conjuncturele omslagpunten vroegtijdig te signaleren aan de hand voorlopende indicatoren ('leading indicators').

Naast het actualiseren van de samenstelling van de conjunctuurindicator aan de hand van recente economische conjunctuurgegevens worden ook de gehanteerde methoden en technieken regelmatig tegen het licht gehouden en waar nodig gereviseerd.

De laatste revisie dateert van 2010 en wordt gebruikt met ingang van 2011. De gehanteerde methodologie en huidige samenstelling staan beschreven in CPB Document 219.

Over CPB

Het Centraal Planbureau is een onderzoeksinstituut dat sinds 1945 onafhankelijke, beleidsrelevante, economische analyses maakt.

Lees meer over CPB