Vervroegde uittreding en financiële prikkels: Verschillen tussen werknemers met een hoog en een laag loon.

Financiële prikkels voor doorgaan of stoppen met werken hebben een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de participatie van ouderen in de afgelopen decennia. In deze studie onderzoeken we het verschil in de mate waarmee werknemers met een hoog en laag inkomen reageren op financiële prikkels voor vervroegde uittreding.

Vervroegde uittreding en financiële prikkels: Verschillen tussen werknemers met een hoog en een laag loon.

Download (PDF document, 765.5 KB) | CPB Discussion Paper 195 | 30‑11‑2011 | 34 pagina's | ISBN 978‑90‑5833‑534‑0

Plaatje toont de voorkant van de omslagPlaatje toont de voorkant van de omslag

We gebruiken een levenscyclusmodel om hypothesen af te leiden voor het gedrag van deze werknemers. Op basis van administratieve gegevens toetsen we de hypothesen met twee verschillende empirische methoden. Ten eerste maken we gebruik van een daling van de uitkeringshoogte voor opeenvolgende geboortejaren van werknemers die recht hebben op een overgangsregeling. Ten tweede maken we gebruik van een discontinuïteit in de rechten van werknemers die net wel of net niet recht hebben op de overgangsregeling. De empirische resultaten laten zien dat werknemers met een laag inkomen sterker reageren op financiële prikkels, zoals is voorspeld door het theoretische model. De resultaten betekenen dat in een optimaal stelsel voor vervroegde uittreding werknemers met een laag inkomen een relatief sterke prikkel ondervinden om langer door te werken.

Over CPB

Het Centraal Planbureau is een onderzoeksinstituut dat sinds 1945 onafhankelijke, beleidsrelevante, economische analyses maakt.

Lees meer over CPB